OTS is schadelijk gebleken:

Op  deze site met meerdere  hoofdstukken staan wat wetenschappelijke gronden om heel goed te gaan beseffen dat OTS en zeker UitHuisPlaatsen ernstig schadelijk ís.

Jeugdzorg geeft veelal geen open diagnostisch bepaalde therapieën, maar plaatst kinderen weg van één of beide ouders; dat is gèèn 'zorg'!      

 

Arts Ursula Gresser, daar genoemd en geciteerd, wees de rechters reeds in 2015 op het grote risico van wegplaatsen van een kind van diens ene of beide ouders.

Daniel Weinberger bevestigde dan op een andere wetenschappelijke manier, ook zeer confronterend.

Allison Eck spreekt daar dat het opmerkelijk is dat wetenschappers het hierover zo unaniem eens zij (behalve uiteraard in bijzonder Nederland).

Joseph Doyle bewees ook dat kinderen die voor UHP in aanmerking kwamen beter thuis deskundige hulptrajecten konden krijgen, wat veel ziekte en depressie en suïcide scheelt.

Onder andere Wim Slot toonde aan dat 72% van de OTS-sen geen verbetering geeft, echter wel te vaak een verslechtering. Ook Jo Hermanns vertelde ons dat op een jeugdzorgdag:

Na jeugdzorg-interventie zakt de grafiek tot onder de beginstand!

 

Prof.dr. Bessel van der Kolk:

Naast eerder genoemde wetenschappers, die kennelijk ongeliefd zijn in de jeugdzorglobby, wordt toch die inzichten om tot deskundigheid (IVRK art. 24 lid 1) te komen omdat speculatief jeugdzorghandelen ernstig schadelijk blijkt, bevestigd door menig vooraanstaand wetenschapper. Richard Warshak moge u bekend zijn; wordt niet gepraktiseerd in de Nederlandse jeugdzorg…

 

Prof.dr. Bessel van der Klok (*1943; al meer dan 40 jaar onderzoeker) specialiseerde zich als psychiater en is oprichter en directeur van het Trauma Center in Brookline, Massachussets (V.S.A.).  Daarnaast is hij hoogleraar  in de psychiatrie aan de universiteit van Boston.  Hij wordt beschouwd als een van ’s werelds meest vooraanstaande deskundigen op het gebied van traumabehandeling en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Hier te vinden.

{Op https://www.rinogroep.nl/nieuws/426/traumas-laten-in-het-lichaam-diepe-sporen-na.html?fbclid=IwAR2vqClc1ifamGypRaawibnYpR35uHEqFu1zLhn9DCdgD4lz5R6eZFUkf4I te vinden.}

 

Woorden van Van der Klok om u in te leven:

 

“Na al die jaren weet Van der Kolk dat er niet één ‘beste manier’ is om getraumatiseerde kinderen en volwassenen te helpen. Zijn wetenschappelijke onderzoek en praktijkervaring hebben hem er wel van overtuigd dat trauma’s vooral in het lichaam diepe sporen nalaten {denk aan Gresser en Weinberger}. Daar ligt volgens hem ook de sleutel om kinderen met trauma’s te behandelen. ‘Leer ze eerst om zich weer veilig te voelen in hun lichaam.’”

 

Niet alleen in het lichaam doch ook in de hersenverbindingen kunnen destructieve veranderingen optreden:

 

“‘Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten {basaal in hechting en vertrouwen in de psyche van het kind}. Maar als niemand {effectief en deskundig} te hulp schiet of gevaar blijft dreigen {denk aan uithuisgeplaatst blijven}, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven. Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden. Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.’

 

“‘Zij kunnen geen onderscheid maken tussen reëel en denkbeeldig gevaar en leven dus in een staat van constante waakzaamheid. Ze zijn bijvoorbeeld hypergevoelig voor de kleinste aanwijzingen van boosheid en reageren heel sterk op agressie van leeftijdgenoten. Een van de moeilijkste dingen is dat ze dingen hebben meegemaakt waarover ze niet kunnen praten. Omdat ze geen woorden hebben voor wat hen is overkomen, leeft het trauma zich uit in hun lichaam. Hun emotionele hersenen geven steeds signalen af dat de wereld onveilig is.’ {En dan willen gezinsvoogden en raadsonderzoekers zelf met het kind praten! Zij zijn gèèn specialisten, dus niet doen! IVRK24.1}.

‘Het verbale deel van hun hersenen is als het ware afgeknepen. In tegensteling tot het rationele brein, dat zich uit via gedachtes, drukken de emotionele hersenen zich uit in lichamelijke reacties. Je krijgt plotseling hevige buikpijn, wordt misselijk, of krijgt een paniekaanval. Het lijf van getraumatiseerde kinderen is net een pingpongbal, waarover ze geen controle hebbenZe hebben vaak geen idee waar hun heftige emoties en de spanning die ze voelen vandaan komenVaak weten ze ook helemaal niet wat ze voelen. Op een heel elementair niveau is hun gevoel van veiligheid geschaad.’

 

Het opgroeiende brein - 

 

“‘Het brein is een plastisch orgaan, de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen, zeker als je jong bent. Dat is hoopvol. Het belangrijkste is om eerst het evenwicht op het diepste niveau te herstellen: door het lichaam te kalmeren. In ons traumacentrum laten we kinderen op een trampoline springen, schommelen, en balanceren op een evenwichtsbalk. We raken ze voorzichtig aan of slaan een deken om hen heen. Wat je dan ziet is wonderbaarlijk. Ze raken vertrouwd met hun lichaam. En als hun lichaam kalmeert, gaat ook hun taalgebruik vooruit.  – Lichamelijk contact, het elementairste hulpmiddel om te troosten en te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Terwijl juist dat enorm kan helpen om je weer veilig te voelen in je lichaam, om te ervaren dat het gevaar geweken is. Als dat gebeurt, en het stresssysteem van de emotionele hersenen kalmeert, kunnen andere delen van het brein ook weer gezonder functioneren.’”  {Uithuisgeplaatste kinderen missen daarbij hun vertrouwde ouders om in hun armen te kruipen; onbekende pleegfiguren zijn geen goed alternatief in vertrouwen. Daar ontwikkelt schijngedrag, wat de jeugdzorg ‘rust’ plagt te noemen}.

 

Van der Klok meldt dat medicijnen niet helpen; ‘'wel worden ze rustiger maar die belemmeren ook hun lust tot spelen en hun nieuwsgierigheid. Juist die drives hebben ze nodig om zich te ontwikkelen tot goed functionerende volwassenen.’'

 

“’Veel therapeuten {maar ook ondeskundige jeugdzorgwerkers} proberen met kinderen en jongeren te práten over de vreselijke dingen die hen zijn overkomen. Het is fijn als iemand je verhaal aanhoort, maar dat neemt doorgaans de inprenting van angst en onveiligheid nìèt weg. Die heeft zich vastgezet in niet-talige delen van het brein en uit zich via het lichaam. Daarom moet de aandacht vooral gericht zijn op wat er in het lichaam gebeurt. Weet je wat je voelt? En waardoor worden die nare gevoelens getriggerd? Voor getraumatiseerde kinderen is het heel moeilijk om dat te benoemen. Wat ze voelen is zo angstwekkend, dat ze liever proberen om niet te voelen.’”

 

Er zijn manieren om het kind beter contact te laten maken met diens lichaam. Dat geeft meer zelfvertrouwen bij die onbekende gevoelens zonder woorden.

 

Bezuinigen –  

 

“’Je kunt kinderen leren zich op een veilige manier te uiten. In {wetenschappelijke, diagnostische} projecten die we op scholen doen, leren we leerkrachten om ervaringen van getraumatiseerde kinderen te benoemen. In plaats van driftbuien, dagdromen of agressief gedrag te bestraffen, moedigen we ze aan contact te maken. “Ik zie dat je van streek bent. Wil je misschien dit dekentje om je heen slaan, zodat je wat kalmer wordt? Wil je even bij mij op schoot zitten of zullen we samen heel diep ademhalen?” Als het kind gekalmeerd is, helpt de leerkracht om zijn gevoelens te beschrijven. “Wat maakte je zo verdrietig of boos?’ ‘Wat denk je dat er gebeurt als je na school thuiskomt?” Op die manier kunnen scholen functioneren als veilige eilandjes in een chaotische wereld. Beweging, spel, gymnastiek, samen muziek maken of zingen: ook dat helpt getraumatiseerde kinderen om uit hun vlucht- of vechtmodus te komen, positieve emoties te ervaren en op een plezierige manier met anderen om te gaan. – Ik vind het onbegrijpelijk dat er steeds meer beknibbeld wordt op dat soort activiteiten.’

 

“‘Voor mij is het belangrijkste dat mijn patiënten opknappen. Ik was een van de eersten die vanaf het begin van deze eeuw onderzoek deed naar EMDR. Dat is nu een geaccepteerde traumabehandeling, maar was in die tijd nog zeer omstreden. Nu denken sommigen dat ik een yoga-fanaticus ben, omdat ik daar veel onderzoek naar heb gedaan. Maar ik zie yoga vooral als een techniek die andere deuren kan openen bij getraumatiseerde mensen. Net als theater. Daar heb ik me afgelopen jaren in verdiept. Ik vind het jammer dat daar nog zo weinig wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan.’”

 

Uit een interview met Augeomagazine.  Professor Bessel van der Kolk vindt het onbegrijpelijk dat aanraking, beweging en verbeeldingskracht uit de meeste therapieën {en schoolonderdelen} zijn verbannen. ‘Het zijn precies die elementen die getraumatiseerde kinderen helpen om zich weer veilig te voelen.’

 

Uiteraard zouden de ouders bij diagnostische hulptrajecten deskundige voorlichting krijgen om te voorkomen dat een kind weggeplaatst zou moeten worden. Die afweging behoort de wetenschappelijk gegeven contra-indicaties af te wegen. De meeste kinderen die door jeugdzorg in aanmerking komen voor een uithuisplaatsing (UHP) zijn beter af met deskundige hulptrajecten thuis. Dat scheelt verhoogde kans op ziekten, depressie en schade door chronische stress.